Lukas 11:8
“Ik zeg u: al zou hij niet opstaan en hem geven omdat hij zijn vriend is, toch zal hij vanwege zijn aandringen opstaan en hem geven zoveel als hij nodig heeft.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 11 — omringende verzen
Geef ons dag aan dag ons dagelijks brood.
4En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven een ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwade.
5En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal te middernacht naar hem gaan en tot hem zeggen: Vriend, leen mij drie broden;
6want een vriend van mij is op reis bij mij aangekomen, en ik heb niets wat ik hem kan voorzetten?
7En die van binnenuit zal antwoorden en zeggen: Val mij niet lastig; de deur is nu gesloten en mijn kinderen zijn bij mij in bed; ik kan niet opstaan om u te geven.
Ik zeg u: al zou hij niet opstaan en hem geven omdat hij zijn vriend is, toch zal hij vanwege zijn aandringen opstaan en hem geven zoveel als hij nodig heeft.
En Ik zeg u: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.
10Want een ieder die bidt, ontvangt; en wie zoekt, vindt; en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
11Of welk vader onder u zal zijn zoon, als die hem om brood vraagt, een steen geven? Of als hij om een vis vraagt, zal hij hem voor een vis een slang geven?
12Of als hij om een ei vraagt, zal hij hem een schorpioen aanbieden?
13Indien dan gij, die slecht zijt, weet goede gaven te geven aan uw kinderen: hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die Hem erom vragen?