Lukas 14:14
“En gij zult zalig zijn, want zij kunnen het u niet vergelden; want het zal u vergolden worden in de opstanding der rechtvaardigen.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 14 — omringende verzen
En hij die u en hem genodigd heeft, kome en tot u zegge: Geef deze man plaats; en gij dan met schaamte de laatste plaats moet innemen.
10Maar wanneer gij genodigd bent, ga heen en zit aan op de laatste plaats, opdat, wanneer hij die u genodigd heeft komt, hij tot u zegge: Vriend, ga hoger op; dan zult gij eer hebben in de tegenwoordigheid van hen die met u aanzitten.
11Want een ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden; en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.
12En Hij zeide ook tot hem die Hem genodigd had: Wanneer gij een middagmaal of een avondmaal aanricht, roep dan niet uw vrienden, noch uw broeders, noch uw bloedverwanten, noch rijke buren, opdat ook zij u niet wederom nodigen en u vergelding geschiedt.
13Maar wanneer gij een maaltijd aanricht, nodig dan armen, kreupelen, kreupelen, blinden;
En gij zult zalig zijn, want zij kunnen het u niet vergelden; want het zal u vergolden worden in de opstanding der rechtvaardigen.
En toen een van hen die met Hem aanzat dit hoorde, zeide hij tot Hem: Zalig is hij die brood zal eten in het Koninkrijk Gods.
16Toen zeide Hij tot hem: Een zeker man maakte een groot avondmaal en nodigde velen;
17En hij zond zijn dienstknecht uit op het uur van het avondmaal om tot de genoden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed.
18En zij begonnen allen eenparig zich te verontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een stuk land gekocht en ik moet noodzakelijk heengaan en het bezien; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
19En een ander zeide: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga heen om die te beproeven; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.