Terug naar Lukas 14
VSV
Statenvertaling

Lukas 14:9

En hij die u en hem genodigd heeft, kome en tot u zegge: Geef deze man plaats; en gij dan met schaamte de laatste plaats moet innemen.

Kruisverwijzingen

Context

Lukas 14 — omringende verzen

4

En zij zwegen stil. En Hij nam hem, genas hem en liet hem gaan;

5

En Hij antwoordde hun, zeggende: Wie van u zal een ezel of een os hebben die in een put gevallen is, en hem niet terstond uittrekken op de sabbatdag?

6

En zij konden Hem op deze dingen geen antwoord geven.

7

En Hij sprak een gelijkenis tot de genoden, toen Hij merkte hoe zij de eerste plaatsen uitkozen, en zeide tot hen:

8

Wanneer gij door iemand genodigd wordt tot een bruiloft, ga dan niet aan de hoogste plaats zitten, opdat niet misschien een voornamer man dan gij door hem genodigd is;

9

En hij die u en hem genodigd heeft, kome en tot u zegge: Geef deze man plaats; en gij dan met schaamte de laatste plaats moet innemen.

10

Maar wanneer gij genodigd bent, ga heen en zit aan op de laatste plaats, opdat, wanneer hij die u genodigd heeft komt, hij tot u zegge: Vriend, ga hoger op; dan zult gij eer hebben in de tegenwoordigheid van hen die met u aanzitten.

11

Want een ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden; en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

12

En Hij zeide ook tot hem die Hem genodigd had: Wanneer gij een middagmaal of een avondmaal aanricht, roep dan niet uw vrienden, noch uw broeders, noch uw bloedverwanten, noch rijke buren, opdat ook zij u niet wederom nodigen en u vergelding geschiedt.

13

Maar wanneer gij een maaltijd aanricht, nodig dan armen, kreupelen, kreupelen, blinden;

14

En gij zult zalig zijn, want zij kunnen het u niet vergelden; want het zal u vergolden worden in de opstanding der rechtvaardigen.