Lukas 15:22
“Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Breng het beste kleed voort en doet het hem aan, en doet een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 15 — omringende verzen
En toen hij tot zichzelf kwam, zeide hij: Hoeveel huurlingen van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga van honger!
18Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan, en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u,
19En ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.
20En hij stond op en kwam tot zijn vader. Maar toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem en kreeg innerlijk medelijden, en hij liep en viel hem om de hals en kuste hem.
21En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor uw oog, en ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden.
Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Breng het beste kleed voort en doet het hem aan, en doet een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten.
En brengt het gemeste kalf hier en slacht het, en laat ons eten en vrolijk zijn,
24Want deze mijn zoon was dood en is weder levend geworden; hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn.
25En zijn oudste zoon was in het veld; en toen hij kwam en het huis naderde, hoorde hij muziek en dans.
26En hij riep een van de dienaren en vroeg wat dit alles betekende.
27En hij zeide tot hem: Uw broeder is gekomen; en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel heeft terugontvangen.