Lukas 18:11
“De Farizeeër stond en bad aldus bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook zoals deze tollenaar.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 18 — omringende verzen
En de Heer zeide: Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt.
7En zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lang geduld met hen oefent?
8Ik zeg u dat Hij hun spoedig recht zal doen. Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, ook het geloof op aarde vinden?
9En Hij sprak deze gelijkenis tot sommigen die op zichzelf vertrouwden dat zij rechtvaardig waren, en de anderen verachtten:
10Twee mannen gingen op naar de tempel om te bidden; de één was een Farizeeër en de ander een tollenaar.
De Farizeeër stond en bad aldus bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook zoals deze tollenaar.
Ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van alles wat ik bezit.
13En de tollenaar, die van verre stond, wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij zondaar genadig.
14Ik zeg u, deze man ging naar zijn huis terug gerechtvaardigd, meer dan de andere; want een ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.
15En zij brachten ook kleine kinderen tot Hem, opdat Hij hen zou aanraken; maar toen Zijn discipelen dat zagen, bestraften zij hen.
16Maar Jezus riep hen tot Zich en zeide: Laat de kleine kinderen tot Mij komen en verhindert hen niet; want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods.