Lukas 19:33
“En terwijl zij het veulen losmaakten, zeiden de eigenaars ervan tot hen: Waarom maakt gij het veulen los?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 19 — omringende verzen
En toen Hij dit gezegd had, ging Hij voorop, opklimmende naar Jeruzalem.
29En het geschiedde, toen Hij nabij Betfage en Betanië kwam, bij de berg die Olijfberg genoemd wordt, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond,
30Zeggende: Gaat heen naar het dorp tegenover u, waarin gij bij uw binnenkomst een veulen gebonden zult vinden, waarop nog nooit een mens heeft gezeten; bindt het los en brengt het hier.
31En indien iemand u vraagt: Waarom bindt gij het los? — zo zult gij tot hem zeggen: Omdat de Heer het nodig heeft.
32En zij die uitgezonden waren, gingen heen en vonden het zoals Hij hun gezegd had.
En terwijl zij het veulen losmaakten, zeiden de eigenaars ervan tot hen: Waarom maakt gij het veulen los?
En zij zeiden: De Heer heeft het nodig.
35En zij brachten het tot Jezus, en zij wierpen hun kleren op het veulen en zetten Jezus erop.
36En terwijl Hij voorttrok, spreidden zij hun kleren op de weg.
37En toen Hij nabij kwam, reeds aan de afdaling van de Olijfberg, begon de gehele menigte der discipelen zich te verblijden en God met luider stem te prijzen vanwege al de krachtige werken die zij gezien hadden,
38Zeggende: Gezegend is de Koning Die komt in de Naam des Heren; vrede in de hemel, en heerlijkheid in den hoge!