Lukas 19:36
“En terwijl Hij voorttrok, spreidden zij hun kleren op de weg.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 19 — omringende verzen
En indien iemand u vraagt: Waarom bindt gij het los? — zo zult gij tot hem zeggen: Omdat de Heer het nodig heeft.
32En zij die uitgezonden waren, gingen heen en vonden het zoals Hij hun gezegd had.
33En terwijl zij het veulen losmaakten, zeiden de eigenaars ervan tot hen: Waarom maakt gij het veulen los?
34En zij zeiden: De Heer heeft het nodig.
35En zij brachten het tot Jezus, en zij wierpen hun kleren op het veulen en zetten Jezus erop.
En terwijl Hij voorttrok, spreidden zij hun kleren op de weg.
En toen Hij nabij kwam, reeds aan de afdaling van de Olijfberg, begon de gehele menigte der discipelen zich te verblijden en God met luider stem te prijzen vanwege al de krachtige werken die zij gezien hadden,
38Zeggende: Gezegend is de Koning Die komt in de Naam des Heren; vrede in de hemel, en heerlijkheid in den hoge!
39En sommigen van de Farizeeën uit de menigte zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.
40En Hij antwoordde en zei tot hen: Ik zeg u dat, indien dezen zwijgen, de stenen terstond zullen roepen.
41En toen Hij naderbij kwam, aanschouwde Hij de stad en weende over haar,