Lukas 19:41
“En toen Hij naderbij kwam, aanschouwde Hij de stad en weende over haar,”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 19 — omringende verzen
En terwijl Hij voorttrok, spreidden zij hun kleren op de weg.
37En toen Hij nabij kwam, reeds aan de afdaling van de Olijfberg, begon de gehele menigte der discipelen zich te verblijden en God met luider stem te prijzen vanwege al de krachtige werken die zij gezien hadden,
38Zeggende: Gezegend is de Koning Die komt in de Naam des Heren; vrede in de hemel, en heerlijkheid in den hoge!
39En sommigen van de Farizeeën uit de menigte zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.
40En Hij antwoordde en zei tot hen: Ik zeg u dat, indien dezen zwijgen, de stenen terstond zullen roepen.
En toen Hij naderbij kwam, aanschouwde Hij de stad en weende over haar,
Zeggende: O, haddet gij gekend, ook gij, althans op deze uw dag, de dingen die tot uw vrede behoren! Maar nu zijn zij verborgen voor uw ogen.
43Want de dagen zullen over u komen dat uw vijanden een verschansing om u zullen opwerpen, en u rondom insluiten, en u van alle kanten benauwen,
44En u met de grond gelijkmaken, en uw kinderen in u; en zij zullen in u niet één steen op de andere laten, omdat gij de tijd van uw bezoeking niet gekend hebt.
45En Hij ging de tempel in en begon hen uit te drijven die daarin verkochten en kochten,
46Zeggende tot hen: Er staat geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.