Lukas 2:33
“En Jozef en zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 2 — omringende verzen
Toen nam hij Hem in zijn armen en loofde God en zeide:
29Heer, nu laat U uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord;
30Want mijn ogen hebben uw zaligheid gezien,
31Die U bereid hebt voor het aangezicht van alle volken;
32Een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van uw volk Israël.
En Jozef en zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd.
En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, dit Kind is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat weersproken zal worden;
35(Ja, een zwaard zal ook door uw eigen ziel gaan,) opdat de gedachten van vele harten geopenbaard worden.
36En er was een Anna, een profetes, de dochter van Phanuel, uit de stam van Aser; zij was op hoge leeftijd gekomen en had na haar maagdelijkheid zeven jaar met een man geleefd;
37En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet, maar God diende met vasten en bidden, nacht en dag.
38En zij, op datzelfde ogenblik toegekomen, loofde insgelijks den Heer en sprak van Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.