Lukas 2:37
“En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet, maar God diende met vasten en bidden, nacht en dag.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 2 — omringende verzen
Een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van uw volk Israël.
33En Jozef en zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd.
34En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, dit Kind is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat weersproken zal worden;
35(Ja, een zwaard zal ook door uw eigen ziel gaan,) opdat de gedachten van vele harten geopenbaard worden.
36En er was een Anna, een profetes, de dochter van Phanuel, uit de stam van Aser; zij was op hoge leeftijd gekomen en had na haar maagdelijkheid zeven jaar met een man geleefd;
En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet, maar God diende met vasten en bidden, nacht en dag.
En zij, op datzelfde ogenblik toegekomen, loofde insgelijks den Heer en sprak van Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.
39En toen zij alles hadden volbracht naar de wet des Heren, keerden zij terug naar Galilea, naar hun eigen stad Nazareth.
40En het Kind groeide op en werd sterk van geest, vervuld met wijsheid; en de genade Gods was op Hem.
41Nu gingen Zijn ouders elk jaar naar Jeruzalem, ten tijde van het paasfeest.
42En toen Hij twaalf jaar oud was, gingen zij op naar Jeruzalem, naar de gewoonte van het feest.