Lukas 20:33
“In de opstanding dan, wiens vrouw is zij van hen? want de zeven hebben haar tot vrouw gehad.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 20 — omringende verzen
Meester, Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, die een vrouw had, en hij sterft kinderloos, dat zijn broeder dan zijn vrouw nemen en zijn broeder nageslacht verwekken moet.
29Er waren dan zeven broeders: en de eerste nam een vrouw en stierf kinderloos.
30En de tweede nam haar tot vrouw, en hij stierf ook kinderloos.
31En de derde nam haar; en evenzo ook de zeven: en zij lieten geen kinderen na en stierven.
32Ten laatste stierf ook de vrouw.
In de opstanding dan, wiens vrouw is zij van hen? want de zeven hebben haar tot vrouw gehad.
En Jezus antwoordde en zei tot hen: De kinderen van deze wereld huwen en worden ten huwelijk gegeven;
35Maar zij die waardig gekeurd zijn die wereld te verkrijgen, en de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven;
36Want zij kunnen ook niet meer sterven; want zij zijn de engelen gelijk, en zij zijn kinderen van God, als kinderen van de opstanding.
37Dat nu de doden opgewekt worden, heeft ook Mozes aangetoond bij de braamstruik, waar hij de Heer noemt de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob.
38Want Hij is niet een God van de doden, maar van de levenden; want voor Hem leven zij allen.