Lukas 20:28
“Meester, Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, die een vrouw had, en hij sterft kinderloos, dat zijn broeder dan zijn vrouw nemen en zijn broeder nageslacht verwekken moet.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 20 — omringende verzen
Maar Hij doorzag hun sluwheid en zei tegen hen: Waarom verzoekt u Mij?
24Toont Mij een penning. Wiens beeltenis en opschrift heeft hij? Zij antwoordden en zeiden: Van Caesar.
25En Hij zei tot hen: Geef dan aan Caesar wat van Caesar is, en aan God wat van God is.
26En zij konden Hem voor het volk op geen woord vatten; en zij verwonderden zich over Zijn antwoord en zwegen stil.
27Toen kwamen er bij Hem enigen van de Sadduceeën, die ontkennen dat er een opstanding is, en zij vroegen Hem:
Meester, Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, die een vrouw had, en hij sterft kinderloos, dat zijn broeder dan zijn vrouw nemen en zijn broeder nageslacht verwekken moet.
Er waren dan zeven broeders: en de eerste nam een vrouw en stierf kinderloos.
30En de tweede nam haar tot vrouw, en hij stierf ook kinderloos.
31En de derde nam haar; en evenzo ook de zeven: en zij lieten geen kinderen na en stierven.
32Ten laatste stierf ook de vrouw.
33In de opstanding dan, wiens vrouw is zij van hen? want de zeven hebben haar tot vrouw gehad.