Lukas 20:25
“En Hij zei tot hen: Geef dan aan Caesar wat van Caesar is, en aan God wat van God is.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 20 — omringende verzen
En zij hielden Hem in het oog en zonden spionnen uit, die zich voor rechtvaardige mannen zouden voordoen, opdat zij Hem op een woord zouden kunnen vatten en Hem aan het gezag en de macht van de stadhouder overleveren.
21En zij vroegen Hem en zeiden: Meester, wij weten dat U juist spreekt en onderwijst, en dat U het aanzien des persoons niet aanneemt, maar de weg van God in waarheid leert:
22Is het ons geoorloofd belasting te geven aan Caesar, of niet?
23Maar Hij doorzag hun sluwheid en zei tegen hen: Waarom verzoekt u Mij?
24Toont Mij een penning. Wiens beeltenis en opschrift heeft hij? Zij antwoordden en zeiden: Van Caesar.
En Hij zei tot hen: Geef dan aan Caesar wat van Caesar is, en aan God wat van God is.
En zij konden Hem voor het volk op geen woord vatten; en zij verwonderden zich over Zijn antwoord en zwegen stil.
27Toen kwamen er bij Hem enigen van de Sadduceeën, die ontkennen dat er een opstanding is, en zij vroegen Hem:
28Meester, Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, die een vrouw had, en hij sterft kinderloos, dat zijn broeder dan zijn vrouw nemen en zijn broeder nageslacht verwekken moet.
29Er waren dan zeven broeders: en de eerste nam een vrouw en stierf kinderloos.
30En de tweede nam haar tot vrouw, en hij stierf ook kinderloos.