Lukas 20:22
“Is het ons geoorloofd belasting te geven aan Caesar, of niet?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 20 — omringende verzen
En Hij zag hen aan en zei: Wat betekent dan dit, wat er geschreven staat: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is tot een hoeksteen geworden?
18Een ieder die op die steen valt, zal verbroken worden; maar op wie hij valt, die zal hij verpletteren.
19En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten datzelfde uur Hem de handen te leggen, maar zij vreesden het volk; want zij begrepen dat Hij deze gelijkenis tegen hen gesproken had.
20En zij hielden Hem in het oog en zonden spionnen uit, die zich voor rechtvaardige mannen zouden voordoen, opdat zij Hem op een woord zouden kunnen vatten en Hem aan het gezag en de macht van de stadhouder overleveren.
21En zij vroegen Hem en zeiden: Meester, wij weten dat U juist spreekt en onderwijst, en dat U het aanzien des persoons niet aanneemt, maar de weg van God in waarheid leert:
Is het ons geoorloofd belasting te geven aan Caesar, of niet?
Maar Hij doorzag hun sluwheid en zei tegen hen: Waarom verzoekt u Mij?
24Toont Mij een penning. Wiens beeltenis en opschrift heeft hij? Zij antwoordden en zeiden: Van Caesar.
25En Hij zei tot hen: Geef dan aan Caesar wat van Caesar is, en aan God wat van God is.
26En zij konden Hem voor het volk op geen woord vatten; en zij verwonderden zich over Zijn antwoord en zwegen stil.
27Toen kwamen er bij Hem enigen van de Sadduceeën, die ontkennen dat er een opstanding is, en zij vroegen Hem: