Lukas 20:18
“Een ieder die op die steen valt, zal verbroken worden; maar op wie hij valt, die zal hij verpletteren.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 20 — omringende verzen
Toen zei de heer van de wijngaard: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon zenden; misschien zullen zij hem ontzien wanneer zij hem zien.
14Maar toen de landbouwers hem zagen, overlegden zij onder elkaar, zeggende: Dit is de erfgenaam; komt, laten wij hem doden, opdat de erfenis de onze worde.
15Zo wierpen zij hem buiten de wijngaard en doodden hem. Wat zal dan de heer van de wijngaard met hen doen?
16Hij zal komen en deze landbouwers ombrengen, en de wijngaard aan anderen geven. Toen zij dit hoorden, zeiden zij: Dat zij verre!
17En Hij zag hen aan en zei: Wat betekent dan dit, wat er geschreven staat: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is tot een hoeksteen geworden?
Een ieder die op die steen valt, zal verbroken worden; maar op wie hij valt, die zal hij verpletteren.
En de overpriesters en de schriftgeleerden zochten datzelfde uur Hem de handen te leggen, maar zij vreesden het volk; want zij begrepen dat Hij deze gelijkenis tegen hen gesproken had.
20En zij hielden Hem in het oog en zonden spionnen uit, die zich voor rechtvaardige mannen zouden voordoen, opdat zij Hem op een woord zouden kunnen vatten en Hem aan het gezag en de macht van de stadhouder overleveren.
21En zij vroegen Hem en zeiden: Meester, wij weten dat U juist spreekt en onderwijst, en dat U het aanzien des persoons niet aanneemt, maar de weg van God in waarheid leert:
22Is het ons geoorloofd belasting te geven aan Caesar, of niet?
23Maar Hij doorzag hun sluwheid en zei tegen hen: Waarom verzoekt u Mij?