Lukas 22:57
“En hij ontkende het, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 22 — omringende verzen
Toen zei Jezus tot de overpriesters en de hoofdlieden van de tempel en de oudsten, die op Hem afgekomen waren: Zijt gij uitgetrokken met zwaarden en stokken, alsof Ik een rover ben?
53Toen Ik dagelijks bij u was in de tempel, strekte gij uw handen niet tegen Mij uit; maar dit is uw uur, en de macht der duisternis.
54Toen grepen zij Hem, leidden Hem weg en brachten Hem in het huis van de hogepriester. En Petrus volgde van verre.
55En toen zij een vuur hadden aangestoken midden in de zaal en samen waren gaan zitten, zat Petrus in hun midden.
56Maar een zekere dienstmaagd zag hem zitten bij het vuur, en zij keek hem aandachtig aan en zei: Deze man was ook met Hem.
En hij ontkende het, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet.
En na een korte tijd zag een ander hem en zei: Gij behoort ook tot hen. En Petrus zei: Man, ik niet.
59En omstreeks een uur later verzekerde een ander met nadruk: Waarlijk, deze man was ook met Hem, want hij is een Galileeër.
60En Petrus zei: Man, ik weet niet wat gij zegt. En terstond, terwijl hij nog sprak, kraaide de haan.
61En de Heer keerde Zich om en zag Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord van de Heer, hoe Hij hem gezegd had: Voordat de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen.
62En Petrus ging naar buiten en weende bitterlijk.