VSV
StatenvertalingLukas 22:70
“Toen zeiden zij allen: Zijt Gij dan de Zoon van God? En Hij zei tot hen: Gij zegt dat Ik het ben.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 22 — omringende verzen
65
En nog vele andere dingen spraken zij godslasterlijk tegen Hem.
66En zodra het dag was, kwamen de oudsten van het volk en de overpriesters en de schriftgeleerden bijeen, en zij leidden Hem voor hun raad, zeggende:
67Zijt Gij de Christus? Zeg het ons. En Hij zei tot hen: Als Ik het u zeg, zult gij het niet geloven.
68En als Ik ook vraag, zult gij Mij niet antwoorden noch loslaten.
69Voortaan zal de Zoon des mensen zitten aan de rechterhand van de kracht Gods.
70
71Toen zeiden zij allen: Zijt Gij dan de Zoon van God? En Hij zei tot hen: Gij zegt dat Ik het ben.
En zij zeiden: Welk getuigenis hebben wij nog nodig? Want wijzelf hebben het uit Zijn eigen mond gehoord.