Lukas 24:31
“En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun gezicht.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 24 — omringende verzen
Moest de Christus niet deze dingen lijden en in Zijn heerlijkheid ingaan?
27En Hij begon bij Mozes en al de profeten, en legde hun uit in al de Schriften de dingen die op Hemzelf betrekking hadden.
28En zij naderden het dorp waarheen zij gingen, en Hij deed alsof Hij verder wilde gaan.
29Maar zij drongen bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is gedaald. En Hij ging naar binnen om bij hen te blijven.
30En het geschiedde, toen Hij met hen aan tafel zat, dat Hij het brood nam en het zegende, en het brak en het hun gaf.
En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun gezicht.
En zij zeiden tot elkaar: Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en terwijl Hij ons de Schriften opende?
33En zij stonden op diezelfde ure en keerden terug naar Jeruzalem, en vonden de elf en hen die met hen waren, bijeenvergaderd.
34Die zeiden: De Heer is waarlijk opgestaan en is aan Simon verschenen.
35En zij vertelden wat er op de weg gebeurd was, en hoe Hij door hen herkend was in het breken van het brood.
36En terwijl zij hierover spraken, stond Jezus Zelf in hun midden en zei tot hen: Vrede zij u.