Lukas 24:33
“En zij stonden op diezelfde ure en keerden terug naar Jeruzalem, en vonden de elf en hen die met hen waren, bijeenvergaderd.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 24 — omringende verzen
En zij naderden het dorp waarheen zij gingen, en Hij deed alsof Hij verder wilde gaan.
29Maar zij drongen bij Hem aan en zeiden: Blijf bij ons, want het is tegen de avond en de dag is gedaald. En Hij ging naar binnen om bij hen te blijven.
30En het geschiedde, toen Hij met hen aan tafel zat, dat Hij het brood nam en het zegende, en het brak en het hun gaf.
31En hun ogen werden geopend en zij herkenden Hem; en Hij verdween uit hun gezicht.
32En zij zeiden tot elkaar: Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en terwijl Hij ons de Schriften opende?
En zij stonden op diezelfde ure en keerden terug naar Jeruzalem, en vonden de elf en hen die met hen waren, bijeenvergaderd.
Die zeiden: De Heer is waarlijk opgestaan en is aan Simon verschenen.
35En zij vertelden wat er op de weg gebeurd was, en hoe Hij door hen herkend was in het breken van het brood.
36En terwijl zij hierover spraken, stond Jezus Zelf in hun midden en zei tot hen: Vrede zij u.
37Maar zij waren ontsteld en bevreesd, en meenden dat zij een geest zagen.
38En Hij zei tot hen: Waarom zijt gij ontroerd, en waarom komen er twijfelingen op in uw harten?