Terug naar Lukas 3
VSV
Statenvertaling

Lukas 3:6

En al wat leeft zal de zaligheid Gods zien.

Kruisverwijzingen

Context

Lukas 3 — omringende verzen

1

En in het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus stadhouder was van Judea, en Herodes viervorst van Galilea, en zijn broeder Filippus viervorst van Iturea en het gebied van Trachonítes, en Lysánias viervorst van Abiléne,

2

Onder de hogepriesterschap van Annas en Kajafas, kwam het woord Gods tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn.

3

En hij kwam in de gehele streek rond de Jordaan, predikend de doop der bekering tot vergeving van zonden,

4

Zoals geschreven staat in het boek van de woorden van de profeet Jesaja: De stem van een die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt Zijn paden recht.

5

Elk dal zal gevuld worden en elke berg en heuvel zal laag gemaakt worden, en het kromme zal recht gemaakt worden en de ruwe wegen zullen glad gemaakt worden,

6

En al wat leeft zal de zaligheid Gods zien.

7

Toen zei hij tot de menigte die tot hem kwam om gedoopt te worden: Gij adderengebroed, wie heeft u gewaarschuwd te vlieden voor de toorn die komt?

8

Breng dan vruchten voort die der bekering waardig zijn, en begin niet bij uzelf te zeggen: Wij hebben Abraham tot vader; want ik zeg u dat God uit deze stenen kinderen voor Abraham kan verwekken.

9

En nu is ook de bijl aan de wortel van de bomen gelegd; elke boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehouwen en in het vuur geworpen.

10

En het volk vroeg hem: Wat moeten wij dan doen?

11

Hij antwoordde en zei tot hen: Wie twee klederen heeft, die dele met hem die er geen heeft, en wie voedsel heeft, die doe evenzo.