Lukas 8:19
“Toen kwamen Zijn moeder en Zijn broeders tot Hem, en zij konden wegens de menigte niet bij Hem komen.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 8 — omringende verzen
En wat onder de doornen viel, zijn zij die, wanneer zij gehoord hebben, heengaan en verstikt worden door de zorgen en rijkdommen en genoegens van dit leven, en geen vrucht tot volkomenheid voortbrengen.
15Maar wat op de goede grond is, zijn zij die in een oprecht en goed hart het woord, gehoord hebbende, bewaren en met volharding vrucht voortbrengen.
16Niemand, wanneer hij een kaars heeft aangestoken, bedekt die met een vat of zet die onder een bed, maar zet die op een kandelaar, opdat zij die binnenkomen het licht zien.
17Want niets is verborgen, dat niet openbaar zal worden gemaakt, noch iets verholen, dat niet bekend zal worden en aan het licht zal komen.
18Neemt daarom in acht hoe gij hoort, want wie heeft, hem zal gegeven worden; en wie niet heeft, van hem zal genomen worden zelfs wat hij meent te hebben.
Toen kwamen Zijn moeder en Zijn broeders tot Hem, en zij konden wegens de menigte niet bij Hem komen.
En het werd Hem aangezegd door sommigen, die zeiden: Uw moeder en Uw broeders staan buiten en verlangen U te zien.
21En Hij antwoordde en zeide tot hen: Mijn moeder en Mijn broeders zijn dezen die het woord Gods horen en het doen.
22En het geschiedde op zekere dag, dat Hij in een schip ging met Zijn discipelen, en Hij zeide tot hen: Laten wij overvaren naar de andere zijde van het meer. En zij staken van wal.
23Maar terwijl zij voeren, viel Hij in slaap; en er kwam een storm van wind op het meer neer, en zij werden met water gevuld en verkeerden in gevaar.
24En zij kwamen tot Hem en wekten Hem op, zeggende: Meester, Meester, wij vergaan! Toen stond Hij op en bestrafte de wind en het woeden van het water, en zij hielden op, en er kwam een stilte.