Lukas 8:30
“En Jezus vroeg hem, zeggende: Wat is uw naam? En hij zeide: Legio, want vele duivelen waren in hem gevaren.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 8 — omringende verzen
En Hij zeide tot hen: Waar is uw geloof? En zij waren bevreesd en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Wat voor Man is Deze, dat Hij zelfs de winden en het water gebiedt en zij Hem gehoorzamen?
26En zij voeren aan naar het land der Gadarenen, dat tegenover Galilea ligt.
27En toen Hij op het land uitging, kwam Hem uit de stad een zeker man tegemoet, die lange tijd duivelen had gehad en geen kleren droeg noch in enig huis verbleef, maar in de graven.
28Toen hij Jezus zag, riep hij uit en viel voor Hem neder, en zeide met luider stem: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Gij Zoon van de allerhoogste God? Ik bid U, pijnig mij niet.
29(Want Hij had de onreine geest geboden uit de man uit te varen. Want menigmaal had hij hem gegrepen, en hij werd gebonden gehouden met ketenen en boeien; en hij verbrak de banden en werd door de duivel in de woestijn gedreven.)
En Jezus vroeg hem, zeggende: Wat is uw naam? En hij zeide: Legio, want vele duivelen waren in hem gevaren.
En zij baden Hem dat Hij hun niet zou gebieden in de afgrond te gaan.
32En daar was een kudde van vele zwijnen, weidende op de berg; en zij baden Hem dat Hij hun zou toestaan in die te varen. En Hij stond het hun toe.
33Toen voeren de duivelen uit de man en voeren in de zwijnen, en de kudde stortte zich met geweld van de steilte in het meer en verstikte.
34Toen zij die ze weidden zagen wat er geschied was, vluchtten zij en gingen het vertellen in de stad en op het land.
35Toen gingen zij uit om te zien wat er geschied was, en kwamen tot Jezus, en vonden de man, uit wie de duivelen waren uitgevaren, zittend aan de voeten van Jezus, gekleed en wel bij zijn verstand; en zij werden bevreesd.