Terug naar Lukas 8
VSV
Statenvertaling

Lukas 8:33

Toen voeren de duivelen uit de man en voeren in de zwijnen, en de kudde stortte zich met geweld van de steilte in het meer en verstikte.

Kruisverwijzingen

Context

Lukas 8 — omringende verzen

28

Toen hij Jezus zag, riep hij uit en viel voor Hem neder, en zeide met luider stem: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Gij Zoon van de allerhoogste God? Ik bid U, pijnig mij niet.

29

(Want Hij had de onreine geest geboden uit de man uit te varen. Want menigmaal had hij hem gegrepen, en hij werd gebonden gehouden met ketenen en boeien; en hij verbrak de banden en werd door de duivel in de woestijn gedreven.)

30

En Jezus vroeg hem, zeggende: Wat is uw naam? En hij zeide: Legio, want vele duivelen waren in hem gevaren.

31

En zij baden Hem dat Hij hun niet zou gebieden in de afgrond te gaan.

32

En daar was een kudde van vele zwijnen, weidende op de berg; en zij baden Hem dat Hij hun zou toestaan in die te varen. En Hij stond het hun toe.

33

Toen voeren de duivelen uit de man en voeren in de zwijnen, en de kudde stortte zich met geweld van de steilte in het meer en verstikte.

34

Toen zij die ze weidden zagen wat er geschied was, vluchtten zij en gingen het vertellen in de stad en op het land.

35

Toen gingen zij uit om te zien wat er geschied was, en kwamen tot Jezus, en vonden de man, uit wie de duivelen waren uitgevaren, zittend aan de voeten van Jezus, gekleed en wel bij zijn verstand; en zij werden bevreesd.

36

Ook degenen die het gezien hadden, vertelden hun op welke wijze hij die door de duivelen bezeten was geweest, genezen was.

37

Toen bad Hem de gehele menigte van het land der Gadarenen rondom van hen weg te gaan, want zij waren met grote vrees bevangen; en Hij ging in het schip en keerde terug.

38

De man nu, uit wie de duivelen waren uitgevaren, bad Hem dat hij bij Hem mocht zijn; maar Jezus zond hem weg, zeggende: