Lukas 8:36
“Ook degenen die het gezien hadden, vertelden hun op welke wijze hij die door de duivelen bezeten was geweest, genezen was.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 8 — omringende verzen
En zij baden Hem dat Hij hun niet zou gebieden in de afgrond te gaan.
32En daar was een kudde van vele zwijnen, weidende op de berg; en zij baden Hem dat Hij hun zou toestaan in die te varen. En Hij stond het hun toe.
33Toen voeren de duivelen uit de man en voeren in de zwijnen, en de kudde stortte zich met geweld van de steilte in het meer en verstikte.
34Toen zij die ze weidden zagen wat er geschied was, vluchtten zij en gingen het vertellen in de stad en op het land.
35Toen gingen zij uit om te zien wat er geschied was, en kwamen tot Jezus, en vonden de man, uit wie de duivelen waren uitgevaren, zittend aan de voeten van Jezus, gekleed en wel bij zijn verstand; en zij werden bevreesd.
Ook degenen die het gezien hadden, vertelden hun op welke wijze hij die door de duivelen bezeten was geweest, genezen was.
Toen bad Hem de gehele menigte van het land der Gadarenen rondom van hen weg te gaan, want zij waren met grote vrees bevangen; en Hij ging in het schip en keerde terug.
38De man nu, uit wie de duivelen waren uitgevaren, bad Hem dat hij bij Hem mocht zijn; maar Jezus zond hem weg, zeggende:
39Keer terug naar uw huis en vertel hoe grote dingen God u gedaan heeft. En hij ging heen en verkondigde door de gehele stad hoe grote dingen Jezus hem gedaan had.
40En het geschiedde, toen Jezus terugkeerde, dat het volk Hem met vreugde ontving, want zij allen wachtten op Hem.
41En zie, er kwam een man, met name Jaïrus, en hij was een overste van de synagoge; en hij viel neer aan de voeten van Jezus en bad Hem dat Hij in zijn huis zou komen,