Maleachi 2:10
“Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij dan trouweloos, een ieder tegen zijn broeder, door het verbond onzer vaderen te ontheiligen?”
Kruisverwijzingen
Context
Maleachi 2 — omringende verzen
Mijn verbond met hem was een verbond van leven en vrede; en Ik gaf hem die ten deel, vanwege de vrees waarmee hij Mij vreesde, en voor Mijn naam bevreesd was.
6De wet der waarheid was in zijn mond, en ongerechtigheid werd op zijn lippen niet gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en oprechtheid, en deed velen van de ongerechtigheid afkeren.
7Want de lippen van een priester behoren kennis te bewaren, en men behoort uit zijn mond de wet te zoeken; want hij is de bode van de HEER der heerscharen.
8Maar gij zijt van de weg afgeweken; gij hebt velen in de wet doen struikelen; gij hebt het verbond van Levi verbroken, zegt de HEER der heerscharen.
9Daarom heb ook Ik u verachtellijk en gering gemaakt voor het gehele volk, overeenkomstig hetgeen gij Mijn wegen niet hebt bewaard, maar in de wet partijdig bent geweest.
Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen wij dan trouweloos, een ieder tegen zijn broeder, door het verbond onzer vaderen te ontheiligen?
Juda heeft trouweloos gehandeld, en een gruwel is er begaan in Israël en in Jeruzalem; want Juda heeft de heiligheid van de HEER, die Hij liefheeft, ontheiligd, en heeft de dochter van een vreemde god gehuwd.
12De HEER zal de man die dit doet, de waker zowel als de antwoorder, uitroeien uit de tenten van Jakob, en hem die een offer brengt aan de HEER der heerscharen.
13En dit hebt gij wederom gedaan: gij overdekt het altaar van de HEER met tranen, met geween en gezucht, zodat Hij het offer niet meer aanmerkt, noch het met welgevallen uit uw hand ontvangt.
14Maar gij zegt: Waarom toch? Omdat de HEER getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, met wie gij trouweloos hebt gehandeld; terwijl zij toch uw gezellin is en de vrouw van uw verbond.
15En heeft Hij niet één gemaakt? En toch had Hij een rest van de geest. En waarom één? Om een godvruchtig nageslacht te verkrijgen. Hoed u dan in uw geest, en handele niemand trouweloos jegens de vrouw zijner jeugd.