Maleachi 3:4
“Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de HEER aangenaam zijn, als in de dagen van weleer, en als in vroegere jaren.”
Kruisverwijzingen
Context
Maleachi 3 — omringende verzen
Zie, Ik zend Mijn bode, en hij zal de weg voor Mijn aangezicht bereiden; en de Heer, dien gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, ja de Bode des verbonds, in wien gij een welgevallen hebt; zie, Hij zal komen, zegt de HEER der heerscharen.
2Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? en wie zal bestaan wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een smelter, en als het zeep van de wolbewerkers;
3En Hij zal zitten als een smelter en reiniger van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen, en hen louteren als goud en zilver, opdat zij de HEER een offer in gerechtigheid brengen.
Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de HEER aangenaam zijn, als in de dagen van weleer, en als in vroegere jaren.
En Ik zal tot u naderen ten gericht; en Ik zal een snel getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen de valselijk zweerders, en tegen hen die het loon van de dagloner inhouden, de weduwe en de wees verdrukkn, en de vreemdeling van zijn recht beroven, en Mij niet vrezen, zegt de HEER der heerscharen.
6Want Ik ben de HEER, Ik verander niet; daarom zijt gij, zonen van Jakob, niet verteerd.
7Van de dagen uwer vaderen af zijt gij afgeweken van Mijn inzettingen, en hebt ze niet onderhouden. Keert tot Mij terug, en Ik zal tot u terugkeren, zegt de HEER der heerscharen. Maar gij zegt: Waarmee zullen wij terugkeren?
8Zal een mens God beroven? Toch hebt gij Mij beroofd. Maar gij zegt: Waarmee hebben wij U beroofd? In de tienden en de hefoffer.
9Gij zijt met een vloek vervloekt; want gij hebt Mij beroofd, dit gehele volk.