Maleachi 3:7
“Van de dagen uwer vaderen af zijt gij afgeweken van Mijn inzettingen, en hebt ze niet onderhouden. Keert tot Mij terug, en Ik zal tot u terugkeren, zegt de HEER der heerscharen. Maar gij zegt: Waarmee zullen wij terugkeren?”
Kruisverwijzingen
Context
Maleachi 3 — omringende verzen
Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? en wie zal bestaan wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een smelter, en als het zeep van de wolbewerkers;
3En Hij zal zitten als een smelter en reiniger van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen, en hen louteren als goud en zilver, opdat zij de HEER een offer in gerechtigheid brengen.
4Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de HEER aangenaam zijn, als in de dagen van weleer, en als in vroegere jaren.
5En Ik zal tot u naderen ten gericht; en Ik zal een snel getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen de valselijk zweerders, en tegen hen die het loon van de dagloner inhouden, de weduwe en de wees verdrukkn, en de vreemdeling van zijn recht beroven, en Mij niet vrezen, zegt de HEER der heerscharen.
6Want Ik ben de HEER, Ik verander niet; daarom zijt gij, zonen van Jakob, niet verteerd.
Van de dagen uwer vaderen af zijt gij afgeweken van Mijn inzettingen, en hebt ze niet onderhouden. Keert tot Mij terug, en Ik zal tot u terugkeren, zegt de HEER der heerscharen. Maar gij zegt: Waarmee zullen wij terugkeren?
Zal een mens God beroven? Toch hebt gij Mij beroofd. Maar gij zegt: Waarmee hebben wij U beroofd? In de tienden en de hefoffer.
9Gij zijt met een vloek vervloekt; want gij hebt Mij beroofd, dit gehele volk.
10Breng al de tienden naar het schathuis, opdat er spijs in Mijn huis zij, en beproeft Mij daarmee toch, zegt de HEER der heerscharen, of Ik u de vensters des hemels niet openen en u een zegen uitgieten zal, zodat er geen ruimte genoeg zal zijn om hem te ontvangen.
11En Ik zal om uwentwille de verterenden bestraffen, zodat hij de vrucht van uw akker niet zal verderven; en de wijnstok op het veld zal voor u zijn vrucht niet afwerpen voor de tijd, zegt de HEER der heerscharen.
12En alle volken zullen u gelukkig prijzen; want gij zult een land des welbehagens zijn, zegt de HEER der heerscharen.