Markus 1:32
“En 's avonds, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen die ziek waren en hen die van duivelen bezeten waren.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 1 — omringende verzen
En zij waren allen verbaasd, zodat zij onder elkaar redetwistten en zeiden: Wat is dit toch? Wat is dit voor een nieuwe leer? Want Hij beveelt de onreine geesten met gezag, en zij gehoorzamen Hem.
28En terstond verspreidde Zijn faam zich in het gehele omliggende gebied van Galilea.
29En onmiddellijk, nadat zij de synagoge uitgegaan waren, gingen zij het huis van Simon en Andreas in, samen met Jakobus en Johannes.
30En de schoonmoeder van Simon lag ziek met koorts, en terstond vertelden zij Hem van haar.
31En Hij ging tot haar en nam haar bij de hand en richtte haar op; en onmiddellijk verliet de koorts haar, en zij diende hen.
En 's avonds, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen die ziek waren en hen die van duivelen bezeten waren.
En de gehele stad was samengevloeid voor de deur.
34En Hij genas velen die aan allerlei ziekten leden, en dreef vele duivelen uit; en Hij liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
35En vroeg in de morgen, nog lang voor dag, stond Hij op, ging naar buiten en begaf Zich naar een eenzame plaats, en bad daar.
36En Simon en zij die bij hem waren gingen Hem achterna.
37En toen zij Hem gevonden hadden, zeiden zij tot Hem: Allen zoeken U.