Markus 1:36
“En Simon en zij die bij hem waren gingen Hem achterna.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 1 — omringende verzen
En Hij ging tot haar en nam haar bij de hand en richtte haar op; en onmiddellijk verliet de koorts haar, en zij diende hen.
32En 's avonds, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen die ziek waren en hen die van duivelen bezeten waren.
33En de gehele stad was samengevloeid voor de deur.
34En Hij genas velen die aan allerlei ziekten leden, en dreef vele duivelen uit; en Hij liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
35En vroeg in de morgen, nog lang voor dag, stond Hij op, ging naar buiten en begaf Zich naar een eenzame plaats, en bad daar.
En Simon en zij die bij hem waren gingen Hem achterna.
En toen zij Hem gevonden hadden, zeiden zij tot Hem: Allen zoeken U.
38En Hij zei tot hen: Laten wij naar de naburige steden gaan, zodat Ik daar ook kan prediken, want daartoe ben Ik uitgegaan.
39En Hij predikte in hun synagogen door geheel Galilea en dreef duivelen uit.
40En er kwam een melaatse tot Hem, die Hem smeekte en voor Hem neerknielde en tot Hem zei: Als U wilt, kunt U mij reinigen.
41En Jezus, met barmhartigheid bewogen, strekte Zijn hand uit en raakte hem aan en zei tot hem: Ik wil het; word rein.