Markus 12:32
“En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Wel gezegd, Meester, Gij hebt naar waarheid gesproken, want er is één God, en er is geen ander dan Hij;”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 12 — omringende verzen
Hij is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt daarom zeer.
28En een van de schriftgeleerden kwam erbij, en toen hij hen hoorde twisten, en bemerkte dat Hij hun wel geantwoord had, vroeg hij Hem: Welk is het eerste gebod van allen?
29En Jezus antwoordde hem: Het eerste van alle geboden is: Hoor, Israël, de Heer, onze God, is één Heer;
30En gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand, en met geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
31En het tweede, hiermee gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze.
En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Wel gezegd, Meester, Gij hebt naar waarheid gesproken, want er is één God, en er is geen ander dan Hij;
En Hem lief te hebben met geheel het hart, en met geheel het verstand, en met geheel de ziel, en met geheel de kracht, en zijn naaste lief te hebben als zichzelf, is meer dan alle brandoffers en slachtoffers.
34En toen Jezus zag dat hij verstandig geantwoord had, zeide Hij tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem daarna meer iets te vragen.
35En Jezus antwoordde en zeide, terwijl Hij in de tempel leerde: Hoe zeggen de schriftgeleerden dat de Christus de Zoon van David is?
36Want David zelf heeft door de Heilige Geest gezegd: De HEER heeft gezegd tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden tot een voetbank voor Uw voeten zal gemaakt hebben.
37David zelf noemt Hem dus Heer; en hoe is Hij dan zijn Zoon? En de grote menigte hoorde Hem gaarne.