Terug naar Markus 12
VSV
Statenvertaling

Markus 12:37

David zelf noemt Hem dus Heer; en hoe is Hij dan zijn Zoon? En de grote menigte hoorde Hem gaarne.

Kruisverwijzingen

Context

Markus 12 — omringende verzen

32

En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Wel gezegd, Meester, Gij hebt naar waarheid gesproken, want er is één God, en er is geen ander dan Hij;

33

En Hem lief te hebben met geheel het hart, en met geheel het verstand, en met geheel de ziel, en met geheel de kracht, en zijn naaste lief te hebben als zichzelf, is meer dan alle brandoffers en slachtoffers.

34

En toen Jezus zag dat hij verstandig geantwoord had, zeide Hij tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem daarna meer iets te vragen.

35

En Jezus antwoordde en zeide, terwijl Hij in de tempel leerde: Hoe zeggen de schriftgeleerden dat de Christus de Zoon van David is?

36

Want David zelf heeft door de Heilige Geest gezegd: De HEER heeft gezegd tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden tot een voetbank voor Uw voeten zal gemaakt hebben.

37

David zelf noemt Hem dus Heer; en hoe is Hij dan zijn Zoon? En de grote menigte hoorde Hem gaarne.

38

En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de schriftgeleerden, die graag in lange gewaden wandelen, en de begroetingen op de markten liefhebben,

39

En de voorste zitplaatsen in de synagogen, en de hoogste plaatsen bij maaltijden;

40

Die de huizen der weduwen verslinden, en dit onder een schijn van lang te bidden. Dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen.

41

En Jezus zat tegenover de schatkist, en aanschouwde hoe het volk geld in de schatkist wierp; en vele rijken wierpen er veel in.

42

En er kwam een arme weduwe, en zij wierp er twee kleine penningen in, dat is een oortje.