Markus 14:25
“Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok, tot die dag dat Ik het nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 14 — omringende verzen
En Hij antwoordde en zei tot hen: Het is een van de twaalven, die met Mij in de schotel doopt.
21De Zoon des mensen gaat wel heen, zoals over Hem geschreven is, maar wee die man door wie de Zoon des mensen verraden wordt! Het zou goed voor die man zijn geweest als hij nooit geboren was.
22En terwijl zij aten, nam Jezus brood, en zegende het, en brak het, en gaf het aan hen, en zei: Neem, eet; dit is Mijn lichaam.
23En Hij nam de beker, en nadat Hij gedankt had, gaf Hij die aan hen; en zij dronken allen daaruit.
24En Hij zei tot hen: Dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe testament, dat voor velen vergoten wordt.
Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok, tot die dag dat Ik het nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
En nadat zij een loflied gezongen hadden, gingen zij naar buiten, naar de Olijfberg.
27En Jezus zei tot hen: U zult allen in deze nacht aan Mij geërgerd worden, want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
28Maar nadat Ik opgewekt ben, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
29Maar Petrus zei tot Hem: Al zullen allen geërgerd worden, ik toch niet.
30En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u dat u heden, in deze nacht, voordat de haan tweemaal gekraaid heeft, Mij driemaal zult verloochenen.