Markus 14:27
“En Jezus zei tot hen: U zult allen in deze nacht aan Mij geërgerd worden, want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 14 — omringende verzen
En terwijl zij aten, nam Jezus brood, en zegende het, en brak het, en gaf het aan hen, en zei: Neem, eet; dit is Mijn lichaam.
23En Hij nam de beker, en nadat Hij gedankt had, gaf Hij die aan hen; en zij dronken allen daaruit.
24En Hij zei tot hen: Dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe testament, dat voor velen vergoten wordt.
25Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok, tot die dag dat Ik het nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
26En nadat zij een loflied gezongen hadden, gingen zij naar buiten, naar de Olijfberg.
En Jezus zei tot hen: U zult allen in deze nacht aan Mij geërgerd worden, want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
Maar nadat Ik opgewekt ben, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
29Maar Petrus zei tot Hem: Al zullen allen geërgerd worden, ik toch niet.
30En Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg u dat u heden, in deze nacht, voordat de haan tweemaal gekraaid heeft, Mij driemaal zult verloochenen.
31Maar hij sprak des te vuriger: Al moest ik met U sterven, ik zal U geenszins verloochenen. En dat zeiden ook allen.
32En zij kwamen op een plaats die Gethsémané heette, en Hij zei tot Zijn discipelen: Blijf hier zitten, terwijl Ik ga bidden.