Markus 14:46
“En zij sloegen hun handen aan Hem en grepen Hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 14 — omringende verzen
En Hij kwam de derde keer en zei tot hen: Slaapt u nu verder en rust; het is genoeg, het uur is gekomen; zie, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaren.
42Sta op, laat ons gaan; zie, hij die Mij verraadt, is nabij.
43En terstond, terwijl Hij nog sprak, kwam Judas, een van de twaalven, en met hem een grote menigte met zwaarden en stokken, van de overpriesters en de schriftgeleerden en de oudsten.
44En hij die Hem verried, had hun een teken gegeven en gezegd: Wie ik kussen zal, Die is het; grijp Hem en leidt Hem veilig weg.
45En zodra hij gekomen was, ging hij onmiddellijk naar Hem toe en zei: Meester, Meester; en kuste Hem.
En zij sloegen hun handen aan Hem en grepen Hem.
En een van hen die erbij stonden, trok een zwaard en sloeg de dienaar van de hogepriester en hieuw zijn oor af.
48En Jezus antwoordde en zei tot hen: Bent u uitgegaan als tegen een rover, met zwaarden en met stokken, om Mij te grijpen?
49Ik was dagelijks bij u in de tempel en onderwees, en u hebt Mij niet gegrepen; maar de Schriften moeten vervuld worden.
50En zij verlieten Hem allen en vluchtten.
51En een zeker jongeling volgde Hem, een linnen kleed om zijn naakte lichaam geslagen; en de jongelingen grepen hem.