Markus 14:42
“Sta op, laat ons gaan; zie, hij die Mij verraadt, is nabij.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 14 — omringende verzen
En Hij kwam en vond hen slapende, en zei tot Petrus: Simon, slaapt u? Kon u geen uur waken?
38Waak en bid, opdat u niet in verzoeking komt. De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
39En wederom ging Hij heen en bad, en sprak dezelfde woorden.
40En toen Hij terugkwam, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren zwaar, en zij wisten niet wat zij Hem antwoorden moesten.
41En Hij kwam de derde keer en zei tot hen: Slaapt u nu verder en rust; het is genoeg, het uur is gekomen; zie, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaren.
Sta op, laat ons gaan; zie, hij die Mij verraadt, is nabij.
En terstond, terwijl Hij nog sprak, kwam Judas, een van de twaalven, en met hem een grote menigte met zwaarden en stokken, van de overpriesters en de schriftgeleerden en de oudsten.
44En hij die Hem verried, had hun een teken gegeven en gezegd: Wie ik kussen zal, Die is het; grijp Hem en leidt Hem veilig weg.
45En zodra hij gekomen was, ging hij onmiddellijk naar Hem toe en zei: Meester, Meester; en kuste Hem.
46En zij sloegen hun handen aan Hem en grepen Hem.
47En een van hen die erbij stonden, trok een zwaard en sloeg de dienaar van de hogepriester en hieuw zijn oor af.