Markus 5:18
“En toen Hij in het schip gegaan was, bad hij die bezeten geweest was Hem dat hij bij Hem mocht zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 5 — omringende verzen
En Jezus stond het hun terstond toe. En de onreine geesten voeren uit en voeren in de zwijnen; en de kudde stortte zich van de steile helling in de zee, (zij waren omtrent tweeduizend,) en zij verdronken in de zee.
14En die de zwijnen weidden, vluchtten en berichtten het in de stad en op het land. En zij gingen uit om te zien wat er geschied was.
15En zij kwamen tot Jezus, en zagen de bezetene zitten, gekleed en bij zijn verstand, hem die het legioen gehad had; en zij werden bevreesd.
16En die het gezien hadden, vertelden hun hoe het de bezetene vergaan was, en ook van de zwijnen.
17En zij begonnen Hem te bidden dat Hij uit hun streken wilde vertrekken.
En toen Hij in het schip gegaan was, bad hij die bezeten geweest was Hem dat hij bij Hem mocht zijn.
Doch Jezus liet hem niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en vertel hun hoe grote dingen de Heer u gedaan heeft, en hoe Hij Zich over u ontfermd heeft.
20En hij ging heen en begon in Dekápolis te verkondigen hoe grote dingen Jezus hem gedaan had; en allen verwonderden zich.
21En toen Jezus weer met het schip overgestoken was naar de overkant, verzamelde zich een grote menigte bij Hem; en Hij was bij de zee.
22En zie, er kwam een van de oversten der synagoge, Jaïrus genaamd; en toen hij Hem zag, viel hij aan Zijn voeten,
23En smeekte Hem dringend, zeggende: Mijn dochtertje ligt op haar uiterste; ik bid U, kom en leg haar de handen op, opdat zij behouden worde en leven zal.