VSV
StatenvertalingMarkus 8:1
“In die dagen, toen de menigte zeer groot was en zij niets te eten hadden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich en zeide tot hen:”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 8 — omringende verzen
1
2In die dagen, toen de menigte zeer groot was en zij niets te eten hadden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich en zeide tot hen:
Ik heb medelijden met de menigte, want zij zijn al drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten.
3En als Ik hen nuchter naar hun huizen stuur, zullen zij onderweg bezwijken; want sommigen van hen zijn van ver gekomen.
4En Zijn discipelen antwoordden Hem: Vanwaar kan iemand deze mensen hier in de woestijn van brood verzadigen?
5En Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven.
6En Hij gebood de menigte zich op de grond neer te zetten; en Hij nam de zeven broden, dankte, brak ze en gaf ze aan Zijn discipelen om voor te zetten; en zij zetten ze voor de menigte.