Markus 8:4
“En Zijn discipelen antwoordden Hem: Vanwaar kan iemand deze mensen hier in de woestijn van brood verzadigen?”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 8 — omringende verzen
In die dagen, toen de menigte zeer groot was en zij niets te eten hadden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich en zeide tot hen:
2Ik heb medelijden met de menigte, want zij zijn al drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten.
3En als Ik hen nuchter naar hun huizen stuur, zullen zij onderweg bezwijken; want sommigen van hen zijn van ver gekomen.
En Zijn discipelen antwoordden Hem: Vanwaar kan iemand deze mensen hier in de woestijn van brood verzadigen?
En Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven.
6En Hij gebood de menigte zich op de grond neer te zetten; en Hij nam de zeven broden, dankte, brak ze en gaf ze aan Zijn discipelen om voor te zetten; en zij zetten ze voor de menigte.
7En zij hadden ook enkele kleine visjes; en Hij zegende die en gebood ook die voor te zetten.
8En zij aten en werden verzadigd; en zij raapten van de overgebleven stukken zeven manden op.
9En zij die gegeten hadden waren ongeveer vierduizend; en Hij liet hen gaan.