Mattheüs 10:8
“Geneest de zieken, reinigt de melaatsen, wekt de doden op, werpt de duivelen uit; geeft vrijelijk, gelijk gij vrijelijk ontvangen hebt.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 10 — omringende verzen
Filippus en Bartholomeüs; Thomas en Mattheüs de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Lebbeüs, wiens bijnaam Thaddeüs was;
4Simon de Kananiet, en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
5Deze twaalf zond Jezus uit en gebood hun, zeggende: Gaat niet op de weg naar de heidenen, en gaat in geen stad der Samaritanen;
6Maar gaat veeleer tot de verloren schapen van het huis Israëls.
7En als gij gaat, predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Geneest de zieken, reinigt de melaatsen, wekt de doden op, werpt de duivelen uit; geeft vrijelijk, gelijk gij vrijelijk ontvangen hebt.
Voorziet u niet van goud, noch van zilver, noch van koper in uw gordels,
10Noch van een reiszak voor de weg, noch van twee rokken, noch van schoenen, noch van een staf; want de arbeider is zijn voedsel waard.
11En in welke stad of welk dorp u dan ook binnenkomt, onderzoekt wie daarin het waard is; en blijft daar totdat u vertrekt.
12En als u een huis binnengaat, begroet het.
13En indien het huis het waard is, laat dan uw vrede daarop komen; maar indien het niet het waard is, laat dan uw vrede tot u terugkeren.