Mattheüs 11:3
“En zeide tot Hem: Zijt Gij Degene Die komen zou, of moeten wij een ander verwachten?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 11 — omringende verzen
En het geschiedde, toen Jezus een einde gemaakt had aan het bevelen van Zijn twaalf discipelen, dat Hij van daar wegging om te onderwijzen en te prediken in hun steden.
2Toen Johannes nu in de gevangenis van de werken van Christus gehoord had, zond hij twee van zijn discipelen,
En zeide tot Hem: Zijt Gij Degene Die komen zou, of moeten wij een ander verwachten?
Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weer wat gij hoort en ziet:
5De blinden worden ziende en de kreupelen wandelen, de melaatsen worden gereinigd en de doven horen, de doden worden opgewekt en aan de armen wordt het evangelie verkondigd.
6En zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.
7En toen zij heengingen, begon Jezus tot de scharen te spreken aangaande Johannes: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te zien? Een riet dat door de wind bewogen wordt?
8Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens bekleed met zachte klederen? Zie, zij die zachte klederen dragen, zijn in de huizen der koningen.