Terug naar Mattheüs 12
VSV
Statenvertaling

Mattheüs 12:30

Wie niet met Mij is, is tegen Mij; en wie niet met Mij vergadert, verstrooit.

Kruisverwijzingen

Context

Mattheüs 12 — omringende verzen

25

En Jezus kende hun gedachten en zei tot hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en iedere stad of huis dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet standhouden.

26

En indien de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk standhouden?

27

En indien Ik door Beëlzebul de duivelen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn.

28

Maar indien Ik door de Geest van God de duivelen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God tot u gekomen.

29

Of hoe kan iemand het huis van een sterke man binnengaan en zijn have roven, tenzij hij eerst de sterke man bindt? En dan zal hij zijn huis beroven.

30

Wie niet met Mij is, is tegen Mij; en wie niet met Mij vergadert, verstrooit.

31

Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Heilige Geest zal de mensen niet vergeven worden.

32

En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie spreekt tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze wereld, noch in de toekomstige.

33

Of maakt de boom goed en zijn vrucht goed, of maakt de boom slecht en zijn vrucht slecht; want de boom wordt gekend aan zijn vrucht.

34

O geslacht van adderen, hoe kunt gij, daar gij slecht zijt, goede dingen spreken? Want uit de overvloed des harten spreekt de mond.

35

Een goed mens brengt uit de goede schat des harten goede dingen voort, en een slecht mens brengt uit de slechte schat slechte dingen voort.