Mattheüs 12:26
“En indien de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk standhouden?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 12 — omringende verzen
En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen.
22Toen werd tot Hem gebracht iemand die van een duivel bezeten, blind en stom was; en Hij genas hem, zodat de blinde en stomme zowel sprak als zag.
23En al het volk was verbaasd en zei: Is deze niet de Zoon van David?
24Maar toen de Farizeeën dit hoorden, zeiden zij: Deze drijft de duivelen niet uit dan door Beëlzebul, de overste der duivelen.
25En Jezus kende hun gedachten en zei tot hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en iedere stad of huis dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet standhouden.
En indien de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk standhouden?
En indien Ik door Beëlzebul de duivelen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn.
28Maar indien Ik door de Geest van God de duivelen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God tot u gekomen.
29Of hoe kan iemand het huis van een sterke man binnengaan en zijn have roven, tenzij hij eerst de sterke man bindt? En dan zal hij zijn huis beroven.
30Wie niet met Mij is, is tegen Mij; en wie niet met Mij vergadert, verstrooit.
31Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Heilige Geest zal de mensen niet vergeven worden.