Mattheüs 12:21
“En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 12 — omringende verzen
En Hij gebood hun dat zij Hem niet bekend zouden maken,
17opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, die zegt:
18Zie, Mijn Knecht, Die Ik heb uitverkoren; Mijn Geliefde, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft. Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen.
19Hij zal niet twisten noch roepen, en niemand zal Zijn stem op de straten horen.
20Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en het rokende lemmet zal Hij niet uitdoven, totdat Hij het oordeel zal hebben uitgevoerd tot overwinning.
En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen.
Toen werd tot Hem gebracht iemand die van een duivel bezeten, blind en stom was; en Hij genas hem, zodat de blinde en stomme zowel sprak als zag.
23En al het volk was verbaasd en zei: Is deze niet de Zoon van David?
24Maar toen de Farizeeën dit hoorden, zeiden zij: Deze drijft de duivelen niet uit dan door Beëlzebul, de overste der duivelen.
25En Jezus kende hun gedachten en zei tot hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en iedere stad of huis dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet standhouden.
26En indien de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk standhouden?