Mattheüs 12:23
“En al het volk was verbaasd en zei: Is deze niet de Zoon van David?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 12 — omringende verzen
Zie, Mijn Knecht, Die Ik heb uitverkoren; Mijn Geliefde, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft. Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen.
19Hij zal niet twisten noch roepen, en niemand zal Zijn stem op de straten horen.
20Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en het rokende lemmet zal Hij niet uitdoven, totdat Hij het oordeel zal hebben uitgevoerd tot overwinning.
21En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen.
22Toen werd tot Hem gebracht iemand die van een duivel bezeten, blind en stom was; en Hij genas hem, zodat de blinde en stomme zowel sprak als zag.
En al het volk was verbaasd en zei: Is deze niet de Zoon van David?
Maar toen de Farizeeën dit hoorden, zeiden zij: Deze drijft de duivelen niet uit dan door Beëlzebul, de overste der duivelen.
25En Jezus kende hun gedachten en zei tot hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en iedere stad of huis dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet standhouden.
26En indien de satan de satan uitdrijft, is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn koninkrijk standhouden?
27En indien Ik door Beëlzebul de duivelen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn.
28Maar indien Ik door de Geest van God de duivelen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God tot u gekomen.