Mattheüs 12:18
“Zie, Mijn Knecht, Die Ik heb uitverkoren; Mijn Geliefde, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft. Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 12 — omringende verzen
Toen zeide Hij tot de mens: Strek uw hand uit. En hij strekte hem uit, en hij werd hersteld, gezond gelijk de andere.
14Toen gingen de farizeën naar buiten en hielden raad tegen Hem, hoe zij Hem zouden kunnen doden.
15Toen Jezus dit echter wist, trok Hij Zich vandaar terug; en grote scharen volgden Hem, en Hij genas hen allen;
16En Hij gebood hun dat zij Hem niet bekend zouden maken,
17opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja, die zegt:
Zie, Mijn Knecht, Die Ik heb uitverkoren; Mijn Geliefde, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft. Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal de heidenen het oordeel verkondigen.
Hij zal niet twisten noch roepen, en niemand zal Zijn stem op de straten horen.
20Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en het rokende lemmet zal Hij niet uitdoven, totdat Hij het oordeel zal hebben uitgevoerd tot overwinning.
21En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen.
22Toen werd tot Hem gebracht iemand die van een duivel bezeten, blind en stom was; en Hij genas hem, zodat de blinde en stomme zowel sprak als zag.
23En al het volk was verbaasd en zei: Is deze niet de Zoon van David?