Terug naar Mattheüs 13
VSV
Statenvertaling

Mattheüs 13:16

Maar zalig zijn uw ogen, want zij zien, en uw oren, want zij horen.

Kruisverwijzingen

Context

Mattheüs 13 — omringende verzen

11

Hij antwoordde en zei tot hen: Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven.

12

Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.

13

Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch verstaan.

14

En in hen wordt vervuld de profetie van Jesaja, die zegt: Horende zult gij horen en geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en geenszins bemerken.

15

Want het hart van dit volk is dik geworden, en met hun oren horen zij zwaarlijk, en hun ogen hebben zij gesloten, opdat zij niet te eniger tijd met hun ogen zouden zien en met hun oren horen, en met hun hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen genezen zou.

16

Maar zalig zijn uw ogen, want zij zien, en uw oren, want zij horen.

17

Want voorwaar, Ik zeg u dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien wat gij ziet, en hebben het niet gezien, en te horen wat gij hoort, en hebben het niet gehoord.

18

Hoort gij dan de gelijkenis van de zaaier.

19

Wanneer iemand het woord van het Koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt de boze en rooft weg wat in zijn hart gezaaid is. Dit is hij die zaad langs de weg ontving.

20

Die het zaad op de steenachtige plaatsen ontving, dat is hij die het woord hoort en het terstond met blijdschap ontvangt,

21

doch hij heeft geen wortel in zichzelf, maar is voor korte tijd; want wanneer verdrukking of vervolging komt om het woord, wordt hij terstond geërgerd.