Mattheüs 15:26
“Maar Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en voor de honden te werpen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 15 — omringende verzen
En Jezus ging van daar weg en vertrok naar de streken van Tyrus en Sidon.
22En zie, een Kanaänitische vrouw uit die streken kwam en riep tot Hem, zeggende: Ontferm U over mij, Heer, Gij Zoon van David! Mijn dochter wordt grievend door een duivel gekweld.
23Maar Hij antwoordde haar geen woord. En Zijn discipelen kwamen en smeekten Hem, zeggende: Zend haar weg, want zij roept ons achterna.
24Maar Hij antwoordde en zeide: Ik ben alleen gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.
25Toen kwam zij en aanbad Hem, zeggende: Heer, help mij!
Maar Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en voor de honden te werpen.
En zij zeide: Ja, Heer; maar ook de honden eten van de kruimels die van de tafel van hun heren vallen.
28Toen antwoordde Jezus en zeide tot haar: O vrouw, groot is uw geloof; u geschiede gelijk gij wilt. En haar dochter werd genezen vanaf datzelfde uur.
29En Jezus vertrok van daar en kwam bij de zee van Galiléa; en Hij ging de berg op en zat daar neder.
30En grote scharen kwamen tot Hem, hebbende bij zich kreupelen, blinden, stommen, verminktenen vele anderen; en zij legden hen neer aan de voeten van Jezus, en Hij genas hen.
31Zodat de schare zich verwonderde toen zij zagen dat stommen spraken, verminktengezond werden, kreupelen wandelden en blinden zagen; en zij verheerlijkten de God van Israël.