Mattheüs 15:35
“En Hij gebood de schare neer te zitten op de grond.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 15 — omringende verzen
En grote scharen kwamen tot Hem, hebbende bij zich kreupelen, blinden, stommen, verminktenen vele anderen; en zij legden hen neer aan de voeten van Jezus, en Hij genas hen.
31Zodat de schare zich verwonderde toen zij zagen dat stommen spraken, verminktengezond werden, kreupelen wandelden en blinden zagen; en zij verheerlijkten de God van Israël.
32En Jezus riep Zijn discipelen tot Zich en zeide: Ik heb medelijden met de schare, omdat zij nu al drie dagen bij Mij blijven en niets te eten hebben; en Ik wil hen niet nuchteren wegzenden, opdat zij niet bezwijken op de weg.
33En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Vanwaar zouden wij in de woestijn zoveel broden krijgen om zo'n grote schare te verzadigen?
34En Jezus zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven, en enkele kleine vissen.
En Hij gebood de schare neer te zitten op de grond.
En Hij nam de zeven broden en de vissen, en dankte God, en brak ze, en gaf ze aan Zijn discipelen, en de discipelen aan de schare.
37En zij aten allen en werden verzadigd; en zij namen op van de overgebleven brokken zeven manden vol.
38En die gegeten hadden, waren vierduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
39En Hij zond de schare weg, en ging in het schip, en kwam in de streek van Magdala.