Mattheüs 18:10
“Ziet toe dat gij niet één van deze kleinen veracht, want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader Die in de hemelen is.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 18 — omringende verzen
En wie één zo'n klein kind ontvangt in Mijn naam, die ontvangt Mij.
6Maar wie één van deze kleinen die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn dat een molensteen om zijn hals gehangen werd en hij in de diepte der zee verdronken werd.
7Wee de wereld vanwege de aanleidingen tot zonde, want het is noodzakelijk dat er aanleidingen tot zonde komen, maar wee die mens door wie de aanleiding tot zonde komt!
8Indien dan uw hand of uw voet u tot zonde verleidt, houw die af en werp die van u weg; het is beter voor u verminkt of kreupel het leven in te gaan dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden.
9En indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit en werp het van u weg; het is beter voor u met één oog het leven in te gaan dan met twee ogen in het helse vuur geworpen te worden.
Ziet toe dat gij niet één van deze kleinen veracht, want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader Die in de hemelen is.
Want de Zoon des mensen is gekomen om te behouden wat verloren was.
12Wat dunkt u? Als een man honderd schapen heeft en één van hen is afgedwaald, laat hij dan niet de negenennegentig achter en gaat hij niet de bergen in om het afgedwaalde te zoeken?
13En als hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u, hij verblijdt zich meer over dat ene dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren.
14Zo is het ook de wil niet van uw Vader Die in de hemelen is, dat één van deze kleinen verloren gaat.
15Indien uw broeder gezondigd heeft tegen u, ga tot hem en wijs hem op zijn fout, tussen u en hem alleen; indien hij naar u hoort, hebt gij uw broeder gewonnen.