Mattheüs 18:5
“En wie één zo'n klein kind ontvangt in Mijn naam, die ontvangt Mij.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 18 — omringende verzen
Te dierzelfder tijd kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: Wie is toch de grootste in het koninkrijk der hemelen?
2En Jezus riep een klein kind bij Zich en stelde dat in hun midden,
3En zeide: Voorwaar, Ik zeg u: Als gij u niet bekeert en wordt als de kleine kinderen, zult gij het koninkrijk der hemelen geenszins binnengaan.
4Wie zichzelf dan zal vernederen als dit kleine kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen.
En wie één zo'n klein kind ontvangt in Mijn naam, die ontvangt Mij.
Maar wie één van deze kleinen die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn dat een molensteen om zijn hals gehangen werd en hij in de diepte der zee verdronken werd.
7Wee de wereld vanwege de aanleidingen tot zonde, want het is noodzakelijk dat er aanleidingen tot zonde komen, maar wee die mens door wie de aanleiding tot zonde komt!
8Indien dan uw hand of uw voet u tot zonde verleidt, houw die af en werp die van u weg; het is beter voor u verminkt of kreupel het leven in te gaan dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden.
9En indien uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit en werp het van u weg; het is beter voor u met één oog het leven in te gaan dan met twee ogen in het helse vuur geworpen te worden.
10Ziet toe dat gij niet één van deze kleinen veracht, want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader Die in de hemelen is.